Gouden kans op vernieuwing PvdA

Opinieartikel 1 mei 2017

Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 15 maart is er veel gezegd en geschreven over de neergang van de Partij van de Arbeid. Zowel binnen de partij als ook daarbuiten was de terugval van 38 zetels in 2012 naar negen zetels nu in 2017 onderwerp van gesprek. Heeft de PvdA nog een functie in het Nederlandse politiek landschap? Dit is de onvermijdelijke vraag na zo’n uitslag. Politieke geestverwanten van de PvdA lijken die vraag sneller met een nee te beantwoorden dan sommige politieke tegenstanders. Dat is nog wel te begrijpen vanuit een partijpolitiek oogpunt, maar vanuit maatschappelijk oogpunt is het antwoord een onverbloemd ja. De PvdA heeft onverminderd een belangrijke maatschappelijke functie. En de PvdA heeft juist nu, door al die afgehaakte kiezers, een gouden kans om zich te vernieuwen.

Die vernieuwing heeft weinig met leeftijd te maken, maar des te meer met het bieden van perspectief. Perspectief op een zinvol leven, op een baan die houvast biedt, op gelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Perspectief op voldoende middelen voor een huis en voor gezond voedsel. En niet te vergeten perspectief op een veilige en gezonde leefomgeving. Om dit perspectief te kunnen bieden, moeten PvdA’ers weer gaan dromen. We vieren op 1 mei, op de Dag van de Arbeid, dat we een achturige werkdag kennen. Voor velen een vanzelfsprekendheid, maar kijk naar andere delen in de wereld en je ziet meteen dat het een voorrecht is. Een voorrecht waar in het verleden hard voor is geknokt. Wat willen PvdA’ers over tien of twintig jaar vieren op de Dag van de Arbeid? Die vraag is natuurlijk vele malen relevanter dan de vraag of je als partij bestaansrecht hebt. Wat wil ik als relatief jonge en actieve PvdA’er dan vieren in de toekomst op 1 mei? Op 1 mei moet je concrete resultaten kunnen vieren, zoals dus die achturige werkdag. Maar eerst moet het abstracte principe waar je naar toe wil werken helder zijn. Dat is wat mij betreft een samenleving waarin zoveel mogelijk mensen met waardigheid en plezier in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

Daar is om te beginnen een radicale breuk in het denken over werk en inkomen voor nodig. Juist om zoveel mogelijk individuen in staat te stellen in eigen onderhoud te voorzien, moeten we collectief denken. Dat is hard nodig in een economie waarin laaggeschoolde arbeid steeds meer geautomatiseerd wordt en waarin een deel van de voor die groep overblijvende banen ook nog door hoger opgeleiden wordt ingenomen. En aan de andere kant zijn teveel midden- en hoogopgeleiden niet aan de slag gegaan in de sector waar ze voor gestudeerd hebben. Mede door een totaal vastgeroeste arbeidsmarkt, met een scherpe tweedeling tussen vast en flex.

Zonder het helemaal doordacht en doorgerekend te hebben, maar hardop dromend, zou ik de volgende concrete zaken in de toekomst willen vieren op 1 mei. Ten eerste een verdere verkorting van de werkdag om zodoende het werk radicaler te kunnen spreiden. Door arbeid veel minder te belasten en kapitaal veel meer, kan dat bekostigd worden. Verder zou het prachtig zijn om te vieren dat er voor alle werkenden een royaal basisinkomen is ingevoerd. Het verschil tussen vaste en flexibele contracten kan dan veel minder scherp worden. Wat mij betreft schaffen we vaste contracten totdat het pensioen of de dood erop volgt helemaal af. Een vast contract wordt bijvoorbeeld minimaal tien jaar en maximaal vijftien jaar. Start-ups mogen drie tot misschien wel vier jaarcontracten geven (daarna het nieuwe vast), midden- en kleinbedrijven twee jaarcontracten en grote, gerenommeerde bedrijven en organisaties één. Die bedrijven hoeven zich namelijk echt geen zorgen te maken of ze morgen nog bestaan. Waarom dan dat geklooi met die flexibele contracten? Na een jaar weet je echt wel of iemand geschikt en gemotiveerd is. Ga dan als bedrijf gewoon tien of vijftien jaar met zo’n werknemer in zee. Het royale basisinkomen moet vervolgens alle werknemers zoveel houvast geven dat er geen angst is voor de periode daarna. Met name die grote bedrijven moeten dus ook aan dat royale basisinkomen gaan meebetalen, in plaats van het bedruipen van de eigen topmensen of aandeelhouders. En ze moeten gaan meebetalen, meer dan nu het geval is, aan permanente ontwikkeling van hun medewerkers.

Deze droom is ongetwijfeld vanuit allerlei kanten kapot te maken. Natuurlijk, een leven lang leren is niet voor iedereen weggelegd. Maar na een half leven zware fysieke of mentale arbeid afgeschreven worden, of een leven lang met zorgen en stress over de dag van morgen rondlopen, zou voor niemand weggelegd moeten zijn. En natuurlijk zijn allerlei terreinen die ik nu niet heb genoemd, zoals de zorg, onderwijs, wonen, veiligheid, duurzaamheid en tolerantie, van groot belang voor het sociaaldemocratische denken over de samenleving. Teveel mensen weten echter niet meer waar de PvdA voor staat. Het halfslachtig uitgedragen verhaal dat de PvdA in het afgelopen kabinet de economie weer op de rit heeft geholpen en de staatsfinanciën op orde heeft gebracht, heeft de harten van weinig mensen bereikt. Wanneer je de soms noodzakelijke maatregelen niet koppelt aan een droom over de toekomst, gaat het ook niet lukken om de harten van mensen te bereiken. Dat neemt niet weg dat de reële problemen waar het grootste deel van de Nederlanders iedere dag mee te maken heeft, zowel mensen in loondienst als ondernemers, nog steeds bij de economie en de arbeidsmarkt liggen. Pas als mensen (nu en in de toekomst) waardig in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, kan een groter deel dan nu toleranter zijn naar (nieuwe) mensen in hun omgeving. Pas dan kunnen ze meewerken aan een duurzame samenleving. Enzovoorts.

De PvdA heeft zich helemaal laten gijzelen door het nepdebat over identiteit. Zowel intern in de partij als in het maatschappelijke debat tussen politieke partijen. De electorale opdonder is daarom een gouden kans om aan vernieuwing van het profiel te werken. Geen enkele politieke partij heeft eeuwig bestaansrecht. De PvdA dus ook niet. Maar er is vooralsnog maar één partij die de potentie heeft om niet mee te gaan in de huidige stroom van deelbelangen. Een stroom van tegenstellingen tussen jong en oud, tussen hoogopgeleid en laagopgeleid, tussen een blanke huid en een getinte huid, tussen kosmopoliet en nationalist, tussen arm en rijk. Die partij is de Partij van de Arbeid.

Samenwerking op links moet serieus worden onderzocht. Verder is ook al geopperd om de naam van de PvdA om te beginnen maar al eens te veranderen. Maar de meeste mensen in dit land worden denk ik pas echt gelukkig van de droom die ik heb geschetst. Daar wil ik aan werken. En ik besef ontzettend goed dat dit een verhaal van de lange adem gaat worden. Eerst zien, dan geloven, zullen veel mensen denken. Enkele goede acties zijn al ingezet, zoals de inzet voor een modern ouderschapsverlof voor beide partners. Of de inzet voor gelijke beloning van vrouwen en mannen. Het eerste electorale moment waarop de PvdA het kan laten zien, is bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018. De punt op de horizon voor het lokale verkiezingsprogramma is het streven naar een stad waarin zoveel mogelijk inwoners met waardigheid in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Dat moeten alle PvdA’ers concreet maken voor hun eigen stad. En dat kun je niet concreet maken vanachter een bureau. De stad in én met zoveel mogelijk mensen via sociale media in gesprek gaan over dat onderwerp. Aan de slag!